De beproeving van de ziel 

Samenvatting door Corrie Hendriks  

Eerste tafereel

In het eerste drama hebben we Capesius als een welbespraakte succesvolle professor in de cultuurgeschiedenis leren kennen. Ook zijn schaduwkant bleef niet verborgen. Hij was niet in staat op eigen kracht nieuwe inspiratie op te doen en kende momenten van grote, vooral psychische uitputting. De sprookjesbeelden van Felicia Balde gaven hem weer nieuwe energie.

We zijn nu een jaar of vijf later. Ofschoon hij aanvankelijk sceptisch tegenover de geesteswetenschap stond, is hij nu door de band met Benedictus en Johannes aan de studie gegaan. Opeens blijven de woorden geen woorden, maar kan hij in zijn eigen ziel zijn zielekrachten beleven. Luna spreekt hem moed in om vertrouwen in het leven te hebben. Astrid spreekt opwekkende woorden om in zijn hart kosmische krachten op te nemen. In plaats van Philia spreekt de andere Philia en probeert de woorden van haar zusters te ontkrachten.

Het wordt nog schokkender voor hem wanneer hij het geestelijk geweten in zijn innerlijk hoort spreken. Gelukkig boezemt Benedictus hem vertrouwen in en vol vertrouwen wacht hij de komende gebeurtenissen af.

Tweede tafereel

We zien Maria en Benedictus in gesprek. In Maria is de gedachte opgekomen, dat zij Johannes vrij moet laten. Zij wil en kan dit niet geloven. Tijdens een terugblik in een vorig leven heeft zij immers ontdekt dat zij door een diepe geestelijke band met Johannes verbonden is. Nu, tijdens het gesprek met Benedictus komt zij tot het inzicht, dat Johannes op eigen kracht een geestelijke ontwikkeling moet gaan en dat zij hem enerzijds vrij moet laten, anderzijds hun vriendschapsband niet verbreken mag. Ze ziet in dat haar edele motieven om hem te helpen uit zelfzucht geboren zijn. Zij kan op bewuste wijze haar zielekrachten te hulp roepen om kracht te vinden voor deze zware opgave. Tegelijkertijd ontstaat het besef dat er nog meer karmische banden zijn dan alleen die met Johannes.

Derde tafereel

Johannes heeft een zekere terughoudendheid bij Maria opgemerkt. Hij verheerlijkt haar zo, dat hij haar komst niet opgemerkt heeft. Maria maakt hem duidelijk dat zij hem vanaf nu vrij moet laten zodat hij op eigen kracht een spirituele ontwikkeling kan doormaken.

Hij ontmoet zijn zielekrachten: Luna moedigt hem aan zijn eigen ziel te ontwikkelen zodat hij zich aan wereldmacht offeren kan. Astrid wijst hem op de krachten van zijn hart waarin wereldliefde tot rijping kan komen.

Vierde tafereel

Capesius ontmoet zijn vriend Strader. Strader is een jaar of vijf geleden door de helderziende belevenis van Theodora in een diepe crisis geraakt. Hij heeft door zijn eigen lot te doordenken ontdekt dat er meerdere aardelevens zijn. Zijn vroegere onderzoeksarbeid heeft hij losgelaten en om niet weer in een crisis te komen is hij in een fabriek gaan werken. Capesius zou er heel wat voor over gehad hebben als hij op eigen kracht tot de reïncarnatiegedachte had kunnen komen.

Vijfde tafereel

Capesius ziel heeft nieuwe voeding nodig en enigszins verslagen komt hij bij de familie Balde aan. Een aantal jaren geleden was Felix Balde nog een enigszins wereldvreemde, sterk met de natuurverbonden man en klaagde Felicia dat zij zo weinig mensen zag. Nu Felix met helderheid kan en wil spreken over zijn natuurbelevenissen hebben veel mensen interesse in dat wat hij zegt en loopt het storm. Voor het eerst is Capesius belangstellend en stelt een vraag aan Felix, waarop deze het kosmische beeld van de mens in relatie tot maandemonen beschrijft. Maar voor de derde keer beleeft Capesius een innerlijke onmacht. Deze wordt weggenomen, wanneer Felicia dit kosmische beeld in een sprookjesbeeld kan vertellen: het sprookje van het wonder aan de bron.

Johannes is ook op bezoek gegaan bij de familie Balde en is wanhopig over de woorden van zijn vriendin. In zijn onmacht krijgt hij een dubbelganger ervaring en wordt zijn liefde voor Maria hem op zeer onaangename wijze gespiegeld. Tegelijkertijd hoort hij de woorden van de stem van het geweten.

Daarna verschijnen Ahriman en Lucifer. In het zielegebied heeft hij bewustzijn van hun werking gekregen, maar steeds weer zullen zij hem begeleiden tijdens zijn spirituele ontwikkelingsweg. Wakkerheid is geboden!

Dan zien we Capesius die doordat hij Johannes in gesprek zag met zijn dubbelganger, nu in staat is een terugblik in de middeleeuwen te krijgen.
Hoe is zijn band met Johannes?

Zesde tafereel

We kijken met Capesius, Johannes en Maria terug naar hun vorige aardeleven.

Een Tempelierenorde heeft ergens in midden-Europa welvaart in een boerenomgeving gebracht door onder een onontgonnen stuk grond een mijn te bouwen. Maar de inquisitie is al begonnen...

We zien Simon de Jood die bespot en gehaat wordt door de boeren, mijnbouwers en boerinnen. Twaalf mensen, die zoals we later zullen merken, bij Strader horen. Dan ontmoeten we Thomasius die net een dramatische belevenis heeft gehad; in de door hem gehate Tempelierenburcht heeft hij zijn verloren gewaande vader weer gevonden. In het hol van de leeuw, want hij is zelf door zijn band met een monnik oprecht met de kerk verbonden terwijl zijn vader Tempelier blijkt te zijn!

Zevende tafereel

In de Tempelierenburcht heeft de grootmeester een ernstig gesprek met zijn twee preceptoren en twee ceremoniemeesters. Zij worden erop voorbereid te moeten sterven. Niet alle tempelieren accepteren wat hun te wachten staat.

De monnik verschijnt met een belangrijk bericht in de gehate burcht: de mijn, door de tempelridders tot bloei gebracht, moet aan de kerk teruggegeven worden. Terwijl de monnik op de grootmeester wacht heeft hij een ontmoeting met zijn reeds gestorven geestelijke leider. Deze wijst hem erop, dat hun orde en de Tempelieren hetzelfde doel nastreven en dat hun werk pas vruchtbaar kan worden als ze tot samenwerking kunnen komen. Vervolgens ontmoet de monnik Lucifer en Ahriman in zijn ziel.

Achtste tafereel

Jozef Kühne vertelt de 1e Preceptor (Capesius) dat hij ontdekt heeft dat hij de vader van zijn pleegdochter Cilly is en vraagt zijn hulp om te voorkomen dat Cilly helemaal in de ban van de monnik en de kerk zal komen. De 1e preceptor weet ook dat Thomas zijn zoon is. Hij voelt zich schuldig omdat hij zijn jonge gezin in de steek gelaten heeft.

De Grootmeester heeft een indringend gesprek met Simon de Jood. De individuele problemen van elke Tempelier worden duidelijk in het gesprek tussen de eerste en de tweede ceremoniemeester.

Het negende tafereel

De familie Kühne geniet van de zondagsrust. Bertha (later de Andere Maria) luistert naar het sprookje van goed en kwaad, dat haar moeder vertelt en dat door haar vader uit de Burcht is meegebracht. Het gesprek van de boeren en mijnwerkers neemt na de kerkdienst een veel grimmigere wending. Ze weten dat de burcht verraden en belegerd zal worden. De monnik is na de spirituele ontmoeting met zijn gestorven leraar totaal ontredderd. Tot besluit van de middeleeuwse taferelen ontmoeten we Cilly en Thomas, die net ontdekt hebben dat ze niet als man en vrouw verder zullen leven, maar dat ze zus en broer zijn.

Het tiende tafereel

Capesius keert terug uit zijn terugblik in de middeleeuwen. Hij herinnert op eigen kracht wat hij gezien heeft.

Het elfde tafereel

Maria ontmoet nu Ahriman in de twintigste eeuw en is in staat hem te pareren door hem vragen te stellen over de gebeurtenissen in de middeleeuwen.

Twaalfde tafereel

Johannes ontmoet Lucifer en besluit dat het voor zijn ontwikkeling van belang is, wanneer hij zich vrijwillig met Lucifer verbindt.

Dertiende tafereel

Nu wordt langzaamaan duidelijk, hoe Lucifer en Ahriman samenwerken. Strader verschijnt in de Zonnetempel, weliswaar nog onbewust, met de drie zielekrachten. Dan komen Benedictus, Theodosius en Romanus binnen. Zij vatten de vraagstukken van Johannes, Strader en Capesius in innerlijke beelden samen. Maria is de enige die volbewust in de Zonnetempel aanwezig kan zijn. Zij heeft een dialoog met Lucifer. Benedictus wijst erop dat de karmaknoop uit het verleden nu door het licht van de zonnetempel beschenen wordt, waardoor de drie hoofdpersonen weer een stap op hun ontwikkelingsweg kunnen zetten.